Terug naar de Home page van chabad.nl Leuke verhaaltjes Het verhaal van De Geheime agent 613 De tien Pesoekiem

-----------------------------------------------------------------------------------------------------
 

--------------------------------------------------------------------------------------
......



Higia zman ge'oelatchem
De kinderen brengen Masjieach dichterbij
Achake lo bechol jom sjejawo

 


Op Bezoek bij opa

Er werd geklopt. Het was Ehoed. Hij kwam zijn vriend Jonathan opzoeken. Jonathan en Ehoed zaten in de zelfde klas. Ze waren de beste vrienden. Ze deden alles samen; leren, spelen en kattenkwaad uithalen.
Deze keer was Ehoed nogal opgewonden.
“Ik heb je iets heel belangrijks te vertellen”, zei hij tegen Jonathan toen deze de deur open deed. “Wat is er aan de hand?” vroeg Jonathan terwijl hij Ehoed binnen liet. Ehoed ging op het bed zitten en begon snel te vertellen. “Je weet zeker dat we met Yom Tov bij mijn opa en oma waren.” “Ja”, zei Jonathan. “Ik ken je opa. Hij ziet eruit als een grote tsadiek. Hij heeft een witte baard”. “Klopt”, zei Ehoed “mijn opa is een tsadiek en ook heel erg knap. Hij leest en leert de hele dag. Ik denk dat hij álles weet”. “Maar wat wilde je me nou vertellen?” vroeg Jonathan ongeduldig. Ehoed keek hem aan en zei zachtjes: “Mijn opa zegt dat de Masjieach bijna komt.”
”Wie?” vroeg Jonathan verbaasd. “Wie komt bijna?”

“De Masjieach. Degene die de Ge’oela, de verlossing brengt aan ons, de joodse mensen en de hele wereld.”
“En hoe weet je opa dat?” vroeg Jonathan ongelovig. “Daarvoor ben ik bij je gekomen”, zei Ehoed. Mijn opa zag dat ik geïnteresseerd was in wat hij vertelde en heeft me uitgenodigd om vanmiddag bij hem te komen. Ik zou het leuk vinden als je meekomt.”
“Vindt je opa dat goed?” vroeg Jonathan .
“Zeker,”antwoordde Ehoed “mijn opa houdt van mij en hij houdt ook van mijn vrienden.”
Jonathan vroeg toestemming van zijn ouders en gelukkig vonden ze het goed. De kinderen gingen snel naar huis van opa, die vlakbij woonde. Ze kwamen bij een klein huisje omgeven door een tuin met fruitbomen. Ze klopten op de deur en opa deed zelf open. Jonathan bekeek hem eens. Z’n lange witte baard was bijna niet te onderscheiden van zijn witte overhemd. Zijn ogen keken pienter en hadden een ondeugende blik. “Dag, ik wachtte al op jullie”zei opa en bracht ze naar zijn kamer. Jonathan had nog nooit zoveel boeken bij elkaar gezien. Er waren boeken in alle maten met bruine zwarte kaften. De namen van de boeken stonden er in het goud opgedrukt.
Opa's boeken kast. “Heeft U al deze boeken gelezen?”vroeg Jonathan verbaasd. “mijn opa leest, leert en dawent bijna ieder dag uit deze boeken”, antwoordde Ehoed. “Dat klopt mijn kind”,zei opa en schoof de kinderen een schaaltje snoepjes toe. De kinderen namen een snoepje, haalden het papiertje eraf en zeiden zachtjes de bracha. Ze probeerden de bijzondere sfeer die in de kamer heerste niet te verbreken.
“opa,”zei Ehoed ,”we wilden dat u ons over de Masjieach zou vertellen.” Opa bekeek zijn kleinzoon met een glimlach, knikte met zijn hoofd en zei: “Ja, Masjieach tzidkeenoe.”
Hij strekte zijn hand uit en haalde een dikke Tenach van de plank. Hij bladerde erin tot hij gevonden wat hij zocht.
“De Masjieach,” zei opa, “daar wachten we al vele jaren op. De ne’wieiem (profeten) hebben over zijn komst geprofeteerd en hebben het volk geleerd erop te wachten. Luister maar wat de nawie Jesjajahoe zegt.
Opa begon met zijn aangename stem uit de Tenach te lezen:
“Wejatsa goteer megeza Jisjai wenetser misjorsjaf jifree” Dat wil zeggen dat er koningschap zal voortkomen uit de wortels van Jisjai. Jisjai was de vader van Koning David.
“De Masjieach”, legde opa uit, is een nakomeling van Koning David en de sjechiena zal op hem rusten zoals de nawie zegt “Wenacha alaw roeach Hashem.”
“En wat gaat er gebeuren als de Masjieach komt?” waagde Jonathan het te vragen.
“Er zullen wonderlijke dingen gebeuren”, zei opa, “het zijn de achariet hajamiem (einde der tijden)”
Opa las verder: “Wegar ze’ew im kewes wenamer im gedi jirbats, we egel oekefier oemerie jachdaw wena’ar katon noheeg bam. (Een wolf zal met een lammetje samen wonen, en een luipaard zal samen liggen met een bokje; een kalf, een leeuw en een schaap samen zijn en een klein jongetje zal zij hoeden. )

Opa deed de Tenach dicht en voegde er aan toen :”Er zal recht op de wereld zijn en er zal geen haat meer bestaan.” (Jesjajahoe 11:9)

Terug naar boven


Higia zman ge'oelatchem

De kinderen keken elkaar aan. De wereld die opa hun beschreven had leek werkelijk fantastisch. Ehoed zag het al voor zich; een wilde wolf met een klein wit lammetje samen op één veld en Ehoed zelf was het kleine jongetje dat ze hoedde.
“De joodse geleerden hebben zich altijd bezig gehouden met de tijd van de Masjieach,” ging opa verder. “Rambam schrijft dat als de Masjieach komt het koningschap van David weer terugkomt zoals in de tijd van de joodse koningen. Het Beet HaMikdasj wordt herbouwd en alle joodse mensen komen van alle kanten van de wereld naar Israel.

Het Beet HaMikdasjOpa hield op met spreken en keek de kinderen glimlachend aan.
“Maar opa,”zei Ehoed “dat lijkt op wat er tegenwoordig in Israel gebeurd! Er komen oliem uit allerlei landen; Rusland Argentinië en andere plaatsen.”

“Ja”zei opa, “dat zijn tekens dat de geoela dichterbij komt.” ”Rambam zegt ook”ging opa verder terwijl hij in een ander boek bladerde, “dat na de komst van de Masjieach alle mensen zich bezig zullen houden met Tora. De hele wereld zal in Hasjem geloven en iedereen zal Hem samen dienen. Er zal geen jaloezie of concurrentie zijn. (Hilchot Melachiem 12:5), er zal rechtvaardigheid en waarheid op de wereld heersen.”
“Zullen andere volken ook van de komst van de Masjieach genieten?” vroeg Jonathan.
“Ja” antwoordde opa, “ook de niet-joodse volken zullen ervan genieten.”
“Maar opa,” zei Ehoed, “wat bedoelde u toen u zei dat er tekens van de komst van de Masjieach te zien zijn?”
Opa haalde een boek van de bovenste plank waarop jalkoet sjimonie stond. “Dit is een verzameling van uitspraken van onze geleerden op Tenach,”zei hij. Hij opende het boek precies op de juiste plek en legde uit: “Rabbi Jitschak zegt dat de volkeren onder elkaar zullen vechten in het jaar dat de Masjieach zich zal openbaren. Eén koning zal een Arabische koning uitlokken. De Arabische koning zal hulp vragen van andere landen. Alle volkeren zullen heel bang zijn. Ook het joodse volk zal bang zijn. Mensen zullen niet meer weten wat ze moeten doen. Dan zal Hasjem tegen het joodse volk zeggen: (hier las opa voor uit de Jalkoet Sjimonie) “Banai al titjaroe, kol ma sje’asiti lo asiti ella bisjwilchem; higia zman geoelatchem!” – “Wees niet bang mijn kinderen, alles wat ik gedaan heb, heb ik alleen voor jullie gedaan. De tijd van jullie verlossing is gekomen.!” (Jalkoet Sjimonie Jesjajjahoe 499)

“Opa,” zei Ehoed, “dat lijkt wel een beschrijving van de golfoorlog!”
“Daar heb je gelijk in”, zei opa.
“Maar waarom is de Masjieach er dan nog niet?”vroeg Ehoed .
“om te zorgen dat de Masjieach komt moeten we hem echt willen. We moeten Hasjem vragen de Masjieach te sturen. We moeten meer Tora leren en meer goede dingen doen.”
“We leven echt in bijzondere tijden”, zei Jonathan.
Opa aaide over zijn hoofd en zei: “Ja. Deze tijden zijn heel bijzonder. De sfeer van de geoela hangt in de lucht en er gebeuren de laatste tijd vele wonderbaarlijke dingen.
De kinderen hingen aan zijn lippen. Opa ging verder: “In de golf oorlog is de oorlog door anderen gevoerd. Er zijn vele wonderen in gebeurd. Dat verteld ons dat Hasjem klaar is om zijn belofte te vervullen en de Masjieach te brengen. De rest moeten wij doen.
“Wij?” vroeg Ehoed.
“Ja” zei opa, “jullie ook kinderen.”
“Maar wat kunnen wij doen?” vroeg Jonathan.
“Jullie kunnen heel veel. Jullie kunnen een beetje meer Tora leren, meer aan andere denken, voor anderen zorgen en meer Mitzvot doen.”
Toen kwam oma de kamer binnen. Ze keek bezorgd en zei: “Kinderen, opa is moe.”
Ehoed en Jonathan namen afscheid van opa en oma hoewel er steeds meer vragen in hun hoofd opkwamen.

Terug naar boven

De kinderen brengen Masjieach dichterbij

Toen ze terug waren in de kamer van Jonathan waren ze nog steeds onder de indruk. Ze gingen zitten en probeerden te begrijpen waarover opa had gesproken, wat hij bedoelt had.
“Wat kunnen wij doen?” vroegen ze elkaar.
Ehoed keek naar de rommel in de kamer van zijn vriend, naar de kleren die over de grond verstrooid lagen, naar de schriften die op tafel gesmeten waren. Hij zei met een glimlach:”Misschien beginnen we met je moeder blij te maken? Laten we de kamer opruimen.”
De kinderen begonnen snel de kamer aan kant te brengen. Na een tijdje was het helemaal opgeruimd en netjes. De kinderen keken elkaar vol voldoening aan. “Mijn moeder zal vast zeggen dat het Masjieach tijden zijn als ze deze kamer ziet” zei Jonathan.
Hij keek naar buiten en dacht hardop: “We moeten echt iemand helpen. Maar wie?” Buiten waren er kinderen met een bal aan het spelen. Op het bankje aan de kant zat Jisjaj, een klein, verdrietig jongetje. Hij keek naar de spelende kinderen. Jisjaj was anders dan andere kinderen. Hij leerde op een speciale school. Hij had problemen met lopen en spreken. De kinderen lachten hem uit en niemand speelde met hem.
“Jisjaj!” riep Jonathan uit.
“Wat Jisjai?” vroeg Ehoed.
“We kunnen Jisjai helpen! Als we hem aandacht geven en met hem spelen is hij blij en het maakt ons niets uit.”
“Wat kan hij nou spelen?”, zei Ehoed.
“We kunnen hem spelletjes leren”, zei Jonathan enthousiast en hij rende naar de deur. De twee jongens liepen snel de trap af en gingen naast Jisjai op het bankje zitten. Jisjai verwachtte al dat ze hem zouden gaan plagen en hem zouden uitlachen. Ze glimlachten naar hem en hij zette grote ogen op van verbazing. “Wil je met ons spelen?” vroeg Jonathan.
“Ik kan niet spelen” zei Jisjai zachtjes.
“Natuurlijk wel” zei Ehoed “we hebben knikkers en we kunnen verstoppertje spelen of een balspel doen.”
Kinderen aan het spelen. Ze begonnen met Jisjai te spelen. Al snel kwamen er nog meer kinderen bij. Ehoed en Jonathan hielpen Jisjai bij verstoppertje en Jisjai was heel blij toen ze hem maar niet konden vinden. Voor het eerst in zijn leven kon hij net zo zijn als alle andere kinderen!
Het werd avond en de moeder van Jisjai kwam om hem binnen te roepen. Even herkende ze haar blijde zoon niet. Ze keek Jonathan en Ehoed dankbaar aan. “Tot ziens Jisjai”, zeiden de twee, “tot morgen!
“Jisjai ging blij naar huis. Ook Ehoed en Jonathan hadden een prettig gevoel. ‘s Nachts had Ehoed een droom. Hij zweefde door de luchten kwam bij een grote zaal vollicht. Er zat een oude man die op zijn opa leek. Naast hem zaten mensen met goedige lichtgevende gezichten. Hij liep met Jonathan de zaal binnen en keek naar de mensen.
“Dat hebben jullie mooi gedaan kinderen” hoorden ze. “Jullie hebben de Masjieach dichterbij gebracht.
Ehoed werd die ochtend vrolijk wakker.

“Weet je”, zei hij tegen Jonathan toen hij hem tegenkwam, “wat we gedaan hebben geeft me nu al een fijn gevoel. En als dat ook maar een beetje lijkt op wat we zullen voelen als de Masjieach komt, dan is het de moeite waard om ons best te doen om hem snel te laten komen.”
“Dat klopt”, zei Jonathan en hij keek hem glimlachend aan. Ook hij had ’s nachts een fijne droom gehad.
De twee vrienden zochten nog meer manieren om anderen te helpen. Ze besloten dat in het geheim helpen, voor de mitswa, het volgende punt op het programma was om de Masjieach dichterbij te brengen.
“We worden dan niet eens bedankt” zei Jonathan, “en dat is moeilijker maar fijn.”

Wie zouden ze gaan helpen? De jongens liepen al pratend door de buurt. Ze stonden tegelijk stil voor het huis van Nechama de weduwe. Ze woonde in een klein huisje waarvan de tuin helemaal verwaarloosd was. “Een goede vrouw”, zei Ehoed “jammer dat ze geen kinderen heeft. Eens was haar tuin de mooiste van de straat, weet je nog? Dat was toen ze nog jong en gezond was. En wie kan haar nu helpen? Wij!”
‘s Avonds ontmoetten ze elkaar bij het huisje van Nechama. Ze hadden hun werkspullen bij zich. Ze liepen de tuin binnen en begonnen hard te werken. Ze wiedden en spitten. Ze kregen er blaren van in hun handen maar dat stoorde ze niet. Ze werkten hard door. Ze wouden klaar zijn voordat Nechama thuis zou komen.

“Nu moeten we alleen nog bloemen planten” zei Jonathan
“Waar halen we geld vandaan?” vroeg Ehoed.
“Ik heb!” riep Jonathan. “Van mijn chanoeka –geld.”
“Ik heb ook”, zei Ehoed.
Ze besloten dat ze beiden een deel zouden betalen. De volgende dag kochten ze een paar stekjes. Ze kochten de mooiste die er waren. ‘s Avonds ontmoetten ze elkaar weer en plantten de bloemen.
Toen Nechama er aan kwam verstopten de kinderen zich achter het hek. Ze zagen hoe ze vol verbazing naar de mooie tuin keek. Ze was heel blij. “Dit hebben vast engelen gedaan”, zei ze bij zichzelf. “Wie dit heeft gedaan is een engel!”
Jonathan en Ehoed keken elkaar blij aan. Die nacht sliepen ze allebei heel erg lekker.
De jongens hadden zoveel plezier in de manier waarop ze de Masjieach dichterbij brachten dat ze besloten hun geheim met hun klasgenoten te delen.

Terug naar boven

 

Achake lo bechol jom sjejawo

In het laatste uurtje op vrijdag stak Ehoed zijn vinger op. Hij vertelde dat Jonathan en hij een geheim hadden dat ze met iedereen wilden delen.
“Een geheim? Wat voor een geheim?” wilden de kinderen weten.
Ehoed vertelde over zijn opa, de Masjieach en de manier waarop hij en Jonathan de Masjieach dichterbij probeerden te brengen.
De jufrouw keek trots naar ze.
“Jullie zijn een schakel van een lange ketting”, zei ze. “Al twee duizend jaar lang geloven en wachten de mensen op de komst van de Masjieach; zolang als het galoet (ballingschap) al duurt. Deze emoena heeft ons geholpen en gezorgd dat we een volk zijn gebleven. Jullie kennen vast wel allemaal het liedje van ‘Achake lo bechol jom sjejavo”
De hele klas zong het liedje. Eerst zacht en toen steeds harder. Toen ze klaar waren stelde de juffrouw voor dat iedereen Hasjem zou bedanken voor de vele goede en bijzondere dingen die Hij de laatste tijd voor de Joodse mensen heeft gedaan. De juffrouw koos een paar stukjes Tehilliem uit die ze allemaal samen zeiden om Hasjem te danken.

De klas was erg enthousiast over de dingen die Ehoed en Jonathan hadden gedaan en iedereen bedacht nog meer manieren om te helpen. Ze wilden allemaal meedoen. Eén van de kinderen bedacht dat er een speciaal tsedaka busje in de klas moest zijn waar de kinderen elke dag wat geld in zouden stoppen. Ieder keer zouden ze dan besluiten wie er van dit geld geholpen zou worden. Iedereen was het er mee eens.
“Dat wordt ons tsedaka busje. Onze geleerden hebben gezegd dat tsedaka de geoela dichterbij brengt” zei de juffrouw.Het bees HaMikdasj
Ehoed zag zijn opa voor zich. Hij glimlachte tegen zijn kleinzoon. Ehoed voelde zich helemaal warm worden van binnen. Alsof hij zijn gedachten gelezen had fluisterde Jonathan tegen hem:”wat heerlijk dat we in zo een bijzondere tijd leven.”
Ehoed keek zijn vriend aan en bedacht hoe goed het was zo een vriend te hebben die hem zelfs zonder woorden begreep.


Net zoals Jonathan en Ehoed en net als hun klasgenoten willen ook wij dat de Masjieach snel komt. We hoeven niet veel meer te doen dan Jonathan en Ehoed. Iedereen probeert in zijn eigen buurt mensen te helpen en blij te maken. Zo eenvoudig is het! Bedenk je eens hoe goed het zou zijn als iedereen dat zou doen!

Terug naar boven

Vertaald uit het Engels 1991

 

home - rebbe - actueel - contact - masjieach - tourist - kids - vragen - parsje - about us - mivtsoim - feestdagen - bibliotheek - sjabbat tijden - kalender

webmaster@chabad.nl © Chabad.nl 2005