Wajéra
De sidra van deze week vertelt ons op twee plaatsen over de spreekwoordelijke gastvrijheid,'hagnasat orchiem', van de aartsvader Awraham.
Aan het begin van de sidra zit Awraham voor zijn tent, in de warmte van de zon. De warmte die Awraham helpt om het genezingsproces van de briet-mila (besnijdenis), die op het eind van de vorige sidra wordt besproken, te versnellen.
G'd is aan Awraham verschenen op deze dag. Het was de derde dag na de besnijdenis en G'd kwam bij Awraham op ziekenbezoek, "om te informeren naar zijn welstand". Plotseling ziet Awraham de drie engelen, in menselijke gedaante.
Awraham vergeet zijn pijn, excuseert zich bij G'd, die net aan hem verschenen is en rent naar de drie mannen en nodigt ze uit om bij hem te komen eten. De woorden van Awraham kunnen op twee manieren worden geïnterpreteerd. Hij zegt: "Mijne heren, laat mij alstublieft gunst vinden in Uw ogen en trek Uw dienaar niet voorbij." Woorden gericht tot de drie mannen. Het is echter ook mogelijk om de aanhef van Awraham niet te laten slaan op de drie mannen, maar op G'd. "Alstublieft mijn Heer," geef mij de gelegenheid om deze mensen naar behoren te ontvangen en wacht U, G'd, alstublieft op mij totdat ik deze taak heb volbracht.
De Talmoed concludeert hieruit dat hagnasat orchiem, het ontvangen van gasten, nog groter is dan het ontvangen van de G'ddelijke Aanwezigheid. Awraham slooft zich echt uit voor zijn gasten, zonder te weten wie ze zijn, rent van her naar der, gunt zich zelfs de rust niet om te gaan zitten, maar blijft staan, om zo snel mogelijk in al hun behoeften te voorzien.
In het verdere verloop van de sidra zien wij dat Awraham een herberg opent in Be'ér Sjewa, van waaruit hij de bekendheid met G'ds naam verspreidt. Alle gasten, die van alle kanten konden binnenkomen, werden na afloop van hun maaltijd, verzocht om G'd te danken voor het voedsel, dat ze genuttigd hadden. "Hebben jullie soms van mij gegeten? Jullie hebben gegeten van de Schepper van de wereld," zei Awraham.
De inzet van Awraham voor deze mitswa is zo spreekwoordelijk dat Maimonides het nodig acht om zelfs in een wetboek, waar men geen verhalen zou verwachten, te verwijzen naar Awraham, als hij de mitswa van hagnasat orchiem, gastvrijheid, behandelt. |