Wajesjew
De verhalen in de Torah kunnen op verschillende manieren gelezen worden. Een mooi voorbeeld daarvan zien we in deze parsje. Joseef is verkocht aan Potifar het hoofd van de slagers in Egypte. De Torah vertelt hoe hij steeds meer aanzien krijgt in het huis van zijn baas, totdat deze uiteindelijk het hele huishouden aan hem overlaat. Joseef doet dat zeer plichtgetrouw, en voelt zich thuis in huize Potifar. “Joseef was mooi van uiterlijk en mooi van gestalte.” De vrouw van Potifar heeft een oogje op Joseef en verzint een list om alleen met hem samen te kunnen zijn. Joseef ontsnapt aan haar avances, maar krijgt daarna de schuld dat juist hij de initiatiefnemer was. Uiteindelijk belandt hij in de gevangenis.
Oppervlakkig lijkt dit een soort mislukt liefdesverhaal. Een wanhopig verliefde vrouw, die uiteindelijk gefrustreerd wraak neemt op Joseef en Joseef die het min of meer aan zich zelf te danken heeft, omdat hij zich teveel bezig houdt met zijn uiterlijk.
Chazal, onze geleerden, hebben echter een heel andere benadering voor dit verhaal. Het mooie uiterlijk van Joseef was een weerspiegeling van zijn innerlijk. Joseef was iemand op een zeer hoog ethisch en religieus niveau en temidden van de verdorvenheid van Egypte straalde dat nog meer uit dan bij zijn vader Jakow. De vrouw van Potifar was onder de indruk van de bijzondere karaktereigenschappen van Joseef en zij wist op grond van een voorspelling door astrologen dat zij kinderen van Joseef zou krijgen. (De astrologische voorspeling klopte, alleen de kinderen waren niet van haar, maar van haar dochter Asnat, die later met Joseef getrouwd is).
M.a.w. de intenties van de vrouw van Potifar waren zuiver, al was haar handelswijze dat natuurlijk niet.
Twee lessen kunnen we uit dit verhaal leren. Ten eerste zelfs in een omgeving als het Egypte van toen en de westerse wereld van nu is het mogelijk om een hoog religieus niveau te behouden of te verkrijgen. Ja zelfs met een uitstraling naar anderen toe. Van de vrouw van Potifar leren we dat we heel goed moeten kijken naar iemands diepere bedoelingen. Soms kunnen de handelingen afkeurenswaardig zijn, maar kan het zijn dat iemand heel zuivere bedoelingen heeft gehad. Aan ons de taak dan om hem of haar te wijzen op het foute handelen, maar daarna is het heel simpel om de goede intenties te kanaliseren op een juiste manier,
|