Mikets
Aan het begin van deze sidra vertelt de Torah over de dromen van de Farao van Egypte. Ook in de vorige sidra wordt verteld over een aantal dromen. De dromen van Joseef, waarin hij ziet hoe zijn broers voor hem zullen buigen en de dromen van de wijnschenker en de bakker in de gevangenis, die door Joseef zijn uitgelegd. Al deze dromen zijn de aanleiding geweest tot de uiteindelijke ballingschap van het Joodse volk in Egypte. Deze ballingschap wordt gezien als de basis van alle andere vormen van ballingschap, die nadien over het Joodse volk zijn gekomen. Zoals gezegd waren dromen de aanleiding tot deze eerste ballingschap, dus moet er een zekere connectie zijn tussen het begrip droom en het begrip ballingschap.
In een droom bestaat de mogelijkheid tot een combinatie van zaken, die in het wakkere leven, eigenlijk onmogelijk zijn. Als men er voor het slapen aan gedacht heeft kan men zelfs een olifant in het oog van een naald zien, leert de gemara in het traktaat beragot (55b).
Zo een tegenstrijdigheid is ook mogelijk in de tijd van galoet (ballingschap). Het is mogelijk dat iemand zich enerzijds zeer inspant om zijn Jodendom te behouden, maar anderzijds in staat is om de Torah met voeten te treden, dat men bijv. kosjer eet, maar toch de Sjabbat niet volledig in acht neemt.
Het spreekt van zelf dat het in principe niet juist is om van het Jodendom een soort marskraam te maken, waaruit men naar believen kan kiezen. Toch is het niet zo, dat handelingen, die men doet overeenkomstig de regels van de Torah geen waarde hebben, als men daarna weer overtredingen maakt tegen diezelfde Torah. Dit is pertinent onjuist. De Torah-studie en de mitswot, die iemand verricht gedurende zijn leven hebben een eeuwigdurende waarde, daar men zich zo in verbinding stelt met zijn Schepper. Immers het doen van een mitswa cre?ert een band tussen G'd en de mens.
Daarentegen is dat wat men niet doet volgens de regels van de Torah niet van blijvende waarde, zoals we zien in de woorden van onze profeten, dat het uiteindelijk zo zal zijn dat iedereen, onafhankelijk van zijn huidige positie, tot tesjoewa (inkeer) zal komen m.a.w. iedereen zal herstellen wat hij fout heeft gedaan en dan blijft alleen dat over wat wel een eeuwigdurende waarde heeft, de Torah en de mitswot.
In iets eenvoudigere woorden. De mitswot die de mens tijdens zijn leven verricht voegen een glans en pracht toe aan zijn nesjama (ziel), terwijl de overtredingen de nesjama a.h.w. besmeuren. Door tesjoewa te doen- en onze profeten verzekeren ons dat iedere Jood op een gegeven moment tesjoewa zal doen- reinigt men de nesjama van wat haar besmeurd heeft en blijft slechts de zuivere nesjama over met de glans en pracht verkregen door het doen van de mitswot op deze aarde.
Netzo als een droom geen werkelijkheid is, zo is de situatie van ballingschap niet de werkelijke situatie waarin het Joodse volk moet verkeren en hopen we dat zo spoedig mogelijk deze slechte droom be?indigd wordt door middel van de ge'oela, verlossing.
|