Printed from Chabad.nl

De Parasja met Rabbijn Vorst

RE’EE 5778/2018

*Het is deze Sjabbat niet alleen de eerste dag van Rosj Chodesj Elloel, maar ook de laatste dag van de maand Av. De maand met als dieptepunt Tisj’a Be’av; de maand met het sterke verlangen naar de komst van de Masjieach.
De Masjieach is op het moment van het schrijven van deze tekst nog steeds niet gekomen. Kunnen wij daaraan iets doen? Antwoord op deze klemmende vraag volgt.
*Rabbijn Vorst legt een link tussen de eerste en de laatste zin van de Sidra van deze Sjabbat. En verbind daaraan de woorden uit de reguliere Haftara-Profetentekst van Re’ee: ‘Wechol banajich limoedee Hasjeem, weraav sjelom banajich – Als je kinderen G.ds-leerlingen zijn, zal de vrede van je kinderen groot zijn.’
Daarvoor is goede Joodse opvoeding nodig. Plus goed Joods onderwijs en een Jóódse benadering hoe met wetenschappelijke theorieen om te gaan. Uiteraard brengt rabbijn Vorst zijn stokpaardje ter sprake: de Theorie van Ongerichte Evolutie. [click naar Rabbijn Vorst en de Evolutie van de Eiffeltoren]
In empathische educatie was de onlangs overleden Rav Steinman z.ts.l een inspirerend voorbeeld. Blijf luisteren naar ‘Drie snoepjes voor drie fout beantwoorde vragen’.
*Traditionele wensen volgen: voor de komende Sjabbat, voor de maand Elloel en voor de deze Sjabbat beginnende VeertigDagen-Periode die op Jom Kipoer met volledige vergiffenis eindigt.
graag tot de volgende week op chabad.nl/rabbijnvorst

Ekev

 *Dawwenen - vroeger werd het ‘oren’ genoemd (van ‘ora et lebora’) - bidden. Waar eigenlijk in de Tora staat het voorschrift om gebeden uit te spreken?

Rambam-Maimonides geeft antwoord. En spreekt er uitvoerig over. U hoort daarvan een beginnetje.
*’Om u te doen weten, dat de mensch niet van het brood alleen leeft, maar van alles, wat uit de mond des Eeuwigen komt, de mensch kan leven.’
Zo vertaalt Opperrabbijn Onderwijzer z.l. in zijn beroemde en nog steeds gebruikte Choemasj-uitgave een tekst uit de sidra van deze week. 
Maar nu de vraag: ‘Heeft G.d een mond?!’ 
Het antwoord is ‘Ja en nee.’ 
Rabbijn Vorst gaat hier verder op in. Hij staat bevlogen stil bij de reeks aansluitende G.dsWonderen waardoor wij in staat zijn om te kunnen Denken-Spreken-Horen-Herinneren. 
Zijn logische conclusie is dan ook dat wij dit wonderlijke, door G.d aan ons gegeven spraakvermogen positief moeten gebruiken. In onze onderlinge relaties; hoe wij positief mét elkaar en óver elkaar moeten spreken. 
En in onze relatie tot Hasjeem; wanneer wij - door van deze bovengenoemde G.dsWonderen gebruik te maken - in gebeden en in Tora-leren ons met G.d verinnigen. 
Als wij hieraan voldoen is het zeker dat het gaat worden een 
S J A B B A T S J A L O M O E M E W O R A C H ! ! ! 

Looking for older posts? See the sidebar for the Archive.