Printed from Chabad.nl

De Chassidische Courant

Kedosjiem

“Wees heilig”

In de Tora is alles tot in detail nauwkeurig opgeschreven. Als een aantal Mitswot samen genoemd worden, dan houden ze verband met elkaar. Zodoende moeten we het verband vinden tussen de volgende drie  geboden waarmee de Parasja opent:

1. “Kedosjiem Tihijoe” – “Wees heilig” (zal nader worden uitgelegd.)

2. "אִישׁ אִמּוֹ וְאָבִיו תִּירָאוּ" – “Ieder van jullie moet ontzag hebben voor zijn moeder en voor zijn vader”

3. "אֶת שַׁבְּתֹתַי תִּשְׁמֹרוּ" - “Aan mijn Sjabbatdagen moeten jullie je houden”

Met het gebod "Wees heilig" gebiedt Hasjem ​​het Joodse volk zich af te zonderen van de andere volkeren. Op welke manier? Het kan niet de bedoeling zijn dat het Joodse volk door het leven volgens Tora & Mitzwot deze aparte status vergaart. Want het begrip “afzondering” is alleen toepasselijk bij zaken die een bepaalde overeenstemming met elkaar hebben. Slechts in een geval dat er gelijksoortige elementen aanwezig zijn, is het mogelijk dat sommige zich afzonderen van de rest. Echter, de niet-Joodse aardbewoners hebben geen affiniteit met de Tora en de Mitswot, dus moet er tussen het Joodse Volk en de rest van de wereld eerst iets gemeenschappelijk worden gevonden.

Hetgeen waar het Joodse volk een overeenstemming lijkt hebben met de andere volkeren zijn de wereldse zaken, zoals eten, drinken, business enzovoort. Hierover gebiedt de Tora: "Wees heilig" – ook deze dingen moet je heilig maken. Namelijk door alles  “LeSjem Sjamajiem” te doen - omwille van de Hemel. En door met juiste mate gebruik te maken van de toegestane dingen.

Op de vraag hoe het mogelijk is om heilig te zijn, zelfs wanneer men bezig is met profane aangelegenheden, antwoordt de Tora in dezelfde Pasoek: "Wees heilig, want Ik ben heilig". Iedere Jood, waar dan ook, is verbonden met Hasjem. Deze verbintenis geeft de kracht om zichzelf en de wereld heilig te maken, zelfs tijdens het eten, de handel en andere bezigheden.

Het doel van een Jood is niet alleen om zelf heilig te zijn. Zoals geschreven staat over onze Aartsvader Avraham Awinoe, dat hij er ook voor zorgde dat zijn kinderen en huisgenoten de weg van Hasjem zouden bewandelen. Hiermee heeft het eerder aangehaalde tweede gebod - ontzag hebben voor de ouders - mee te maken. Want daarin zit een indicatie naar de verplichting van het opvoeden. De moeder en de vader hebben de verantwoordelijkheid om hun kinderen het gevoel te geven dat ze anders zijn dan de hele wereld, omdat ze deel uitmaken van een heilig volk.

Op welke manier kan het bewustzijn, dat het Joodse volk afgezonderd is van de andere volkeren, het beste worden aangewakkerd? Daarover komt het derde gebod: "Aan mijn Sjabbatdagen moeten jullie je houden".

De Sjabbat is een teken tussen Hasjem en het Joodse volk, het benadrukt het geloof in de voortdurende vernieuwing van de wereld en het versterkt het bewustzijn van het constante leiderschap van de Schepper. Ook geeft Sjabbat de kracht om gedurende de door-de-weekse dagen de materiële zaken heilig te maken en de juiste opvattingen over te dragen naar de volgende generatie.

(Vrij vertaald uit het boek "לקראת שבת" gebaseerd op Likoetee Sichot deel 1 blz. 254-256)

 

Vrees voor zonde

In Hoofdstuk 2 van Pirkei Awot worden enkele bijzondere eigenschappen van een aantal geleerden genoemd. Eén daarvan is:

"רַבִּי שִׁמְעוֹן בֶּן נְתַנְאֵל, יְרֵא חֵטְא" – “Rabbi Sjimon Ben Netaneel vreest zonde”

Rabbi Sjimon was niet bang voor de straf, hij vreesde de zonde zélf. Hij was bang voor het gebrek in de connectie met Hasjem dat veroorzaakt wordt door de zonde.

Dit soort vrees is van een hoger niveau dan de angst voor bestraffing. Want degene die  zonde vreest, voelt de significantie van de G’ddelijkheid, waardoor hij bang is om iets te doen wat hem van de G’ddelijkheid afscheidt. Bovendien heeft het ook een sterkere kracht om de mens te weerhouden van een zonde. Bij iemand die alleen vrees heeft voor de straf, kan het zijn dat hij verleid zal worden door zijn Jetser Hara. Want het genot van de Awera komt meteen en de straf pas veel later. Ook is het mogelijk om Tesjoewa te doen en dan krijgt iemand geen straf.

Maar degene die de zonde zélf vreest voelt meteen het negatieve resultaat ervan. Door zijn grote liefde voor Hasjem wil hij niet, ook voor maar één moment afgescheiden zijn van de G’ddelijkheid. Ook al kan hij Tesjoewa doen, is het ene moment van de Awera toch een groot verlies.

(Vrij vertaald uit het boek "ביאורים לפרקי אבות פרקים א-ה" blz. 113.)

 

- Verhaal -

Bescheidenheid

Meer dan vierhonderd jaar geleden woonde in Tsefat een simpele Jood, die Hasjem diende op een eenvoudige maar gepassioneerde manier. De gebeden van de Sidoer kende hij uit zijn hoofd, maar behalve dat wist hij niet zo veel. Hij deed wel veel Mitswot en liefdadigheid. Hij probeerde zijn goede daden zoveel mogelijk te verbergen, zodat mensen er niet vanaf zouden weten.

Elke nacht had hij de gewoonte om op te staan en Tikoen Chatsot uit te spreken en te huilen over de verwoesting van de Tempel. Hij huilde over de ballingschap van het Joodse volk en keek erg uit naar de verlossing. Op een nacht nadat hij klaar was met de Tikoen Chatsot, hoorde hij een zacht geklop op de deur. Hij ging naar de deur en vroeg “wie is daar?” “Elijahoe Hanavie” antwoordde de stem.

De simpele Jood accepteerde het antwoord en deed zonder enkele twijfel de deur open. Voor hem zag hij een imposant en stralend figuur. “Je moet weten dat ze in de Hemel onder de indruk zijn van jouw goede daden. Dat is ook de reden dat ik naar jou toe ben gestuurd, namelijk om jou ogen te openen en je de geheimen van de Tora te leren” zei Elijahoe Hanavie.

De verbaasde man keek gefascineerd naar de figuur voor hem, alsof hij het allemaal niet geloofde. Hij wist niet veel Tora en al helemaal geen geheimen van de Tora, maar het feit dat Elijahoe Hanavie zijn leraar zou gaan worden bezorgde hem een rilling over zijn hele lichaam. “Zeker! Met vreugde!” antwoordde hij in zijn simpele taal op het verleidelijke aanbod.

“Er is een voorwaarde die ik je moet stellen, voordat we beginnen te leren” zei Elijahoe Hanavie. “Je moet mij die ontzettende speciale goede daad vertellen die je gedaan hebt op jouw Bar Mitswa, het is met name dankzij die bijzondere daad dat ik hiernaartoe ben gestuurd”.

De Jood werd in verlegenheid gebracht door de plotselinge voorwaarde en een sterke teleurstelling vulde zijn hart. “Als dat zo is, dan, tot mijn grote spijt, zal ik alle geheimen die je me wilde onderwijzen naast me neer moeten leggen” zei hij. “Mijn hele leven heeft mijn vader me geleerd om bescheiden te zijn en hij heeft me ervoor gewaarschuwd nooit mijn goede daden aan ook maar iemand te vertellen. ‘Over de Mitswot die je doet moet alleen Hasjem weten’ zei mijn vader mij altijd. Ik kan niet, alsjeblieft heb begrip voor me, ik kan het echt niet vertellen” eindigde de Jood met een verontschuldigde toon.

Meteen op dat moment verdween voor de ogen van de Jood de stralende figuur van Elijahoe Hanavie. Hij ging op zijn plaats zitten als een persoon die net van een vermoeiende reis komt en tranen sprongen er in zijn ogen. Aan de ene kant was hij blij dat hij zich niet heeft laten verleiden en trouw is gebleven aan de wens van zijn vader en zijn bescheidenheid. Maar aan de andere kant voelde hij, dat hij er niet zo goed mee kon omgaan, dat hij iets anders had gekozen in plaats van de onthulling van Elijahoe Hanavie.

Ondertussen zorgde het gedrag van de simpele Jood voor grote beroering in de spirituele werelden. Iedereen was verbijsterd over de bereidheid om zelfs Elijahoe Hanavie af te wijzen, zodat de daden maar LeSjem Sjamajiem zouden zijn.

Na een lange overweging werd er in de rechtbank van ‘Boven’ besloten dat Elijahoe Hanavie terug zou moeten gaan en zich  opnieuw moest onthullen aan deze man, om hem nu echt onvoorwaardelijk de geheimen van de Tora te onderwijzen.

En inderdaad zo ging het. De volgende dag klonk er weer een geklop in het huis van de Jood, op het moment dat hij de Tikoen Chatsot eindigde. Weer was daar natuurlijk Elijahoe Hanavie. Vanaf die nacht en verder werd Elijahoe Hanavie een vaste bezoeker in het huis van de Jood uit Tsefat. Elke keer na het beëindigen van Tikoen Chatsot kwam hij naar zijn huis en onderwees hem Tora.

In een korte periode steeg het niveau van Tora-kennis van deze Jood. Hij werd een grote geleerde en had kennis in het verborgen deel van de Tora. Ook in deze situatie bleef hij zijn speciale bescheidenheid behouden. Tot de dag van zijn dood wist niemand van de grote verandering die hij had meegemaakt en van de vaste gast die hem telkens ‘s nachts kwam bezoeken.

Nadat hij overleden was, kwam hij naar de hemel. De rechtbank van ‘Boven’ wilde de Jood uit Tsefat een passende beloning geven voor zijn daden en zijn rechtvaardigheid. In het speciaal zochten ze een manier om hem te belonen voor de grote bescheidenheid, vanwege het feit dat hij zijn goede daden verborgen hield van zijn omgeving. Uiteindelijk werd er besloten dat deze man weer terug zou gaan naar de wereld, maar dit keer als een grote Tsadiek die over de hele wereld bekend zou worden, door het oprichten van een nieuwe manier in het dienen van Hasjem die de wereld klaar zal maken voor de verlossing.

Dit verhaal vertelde de Tsadiek Rabbi Adam Ba’al Sjem aan zijn leerling Rabbi Jisra’eel de Ba’al Sjem Tov. “En jij hebt het voorrecht dat jouw ziel de ziel is van de Jood uit Tsefat.” Eindigde Rabbi Adam zijn woorden.

(Vrij vertaald uit het boek "הבעל שם טוב" uitgegeven door "ופרצת" blz. 31-37)

 

Minder zuchten meer doen

Sjalom en Beracha,

… wat betreft je klachten over je spirituele toestand. Waarschijnlijk ken je de uitspraak “één actie is beter dan duizend zuchten”. Simpel gezegd: genoeg met zuchten en meer doen. Dit is ook rationeel; want – ten eerste - een zucht schaadt de gezondheid en de Rambam schrijft dat de gezondheid van het lichaam belangrijk is bij het dienen van Hasjem.

Nog een nadeel van de zucht is, dat na de zucht men zich verbeeldt dat men Hasjem een plezier heeft gedaan met het zuchten en daarmee ‘Te’sjoewa’ heeft gedaan en het leven heeft gebeterd”. En dus kan men weer gaan rusten.

Het is begrijpelijk dat dit alles schadelijk is bij het dienen van Hasjem. Daarentegen: één actie - ook al is deze klein - heeft invloed. En elke actie, ook als dit een spirituele actie is, zorgt ook voor een betere fysieke gezondheid. Zodoende is dit het omgekeerde van de resultaten van het zuchten.

Met een Beracha dat jij mij van jouw goede acties op de hoogte zal brengen en ook goed nieuws zal melden betreffende je persoonlijke zaken.

(Vrij vertaald uit een brief van de Rebbe op 19 Siwan 5712)

Looking for older posts? See the sidebar for the Archive.