Het is te laat. Nu is het over. Het zal nooit meer hetzelfde worden. Hoe vaak hebben wij deze woorden niet gehoord? Of erger zelfs, hebben wij ze zelf uitgesproken?
De parasja van deze week vertelt het verhaal van het gouden kalf, de ergste zonde die het Joodse volk ooit heeft begaan. Eerlijk gezegd, als ik de auteur van Tora zou zijn geweest, had ik dat gedeelte eruit gelaten. Wat een choetspa van ons, een paar weken na de grootste openbaring aller tijden, de G‑ddelijke openbaring op de berg Sinai het ontvangen van de Tien Geboden, verruilde ons volk, G‑d voor een gouden kalf??? Hoe wispelturig kan je zijn? Maar de Tora is onbeschroomd eerlijk en registreert ons meest onflatteuze moment in volle glorie.
Waarom?
Wij kunnen hieruit een aantal belangrijke lessen leren. Ten eerste mensen zondigen, mensen begaan vergissingen, en zelfs geïnspireerde joodse mensen die het G‑ddelijke met hun eigen ogen zagen, kunnen het wel eens goed verkeerd doen. Ten tweede, wat er ook gebeurt, er blijft goede hoop in het vooruitzicht.
In dezelfde parasja lezen wij ook hoe G‑d aan Mosje de opdracht geeft om een tweede set stenen tafelen uit te hakken. Toen Mosje de berg Sinai afkwam zag hij het Joodse volk dansen om een gouden kalf. Hij was hiervan zo geschrokken, dat hij de stenen tafelen heeft kapot gegooid. G‑d heef ons een perfecte Tora gegeven. De stenen tafelen waren door G‑ds hand vervaardigd en wij hebben er toen een zooitje van gemaakt. G‑d besluit om deze verschrikkelijk episode in de Tora wel op te nemen. Het is niet de bedoeling van de Tora om ons respect voor die generatie te doen verminderen, maar het wil juist dat wij de menselijke kwetsbaarheid begrijpen, te weten onze morele zwakte en de realiteit van verhoudingen, spiritueel of anders.
Is alles na zo’n een kwalijke daad voorbij? Is er echt geen hoop meer? Zijn wij niet meer te redden? Laten we wel wezen, het is wel degelijk een zeer serieuze zaak. Wat is er erger dan afgoden dienen? Met het dienen van het gouden kalf braken wij de eerste twee van de Tien Geboden en omdat wij die heilige stenen tafelen niet meer waard waren werden ze aan stukken verbrijzeld. Het was de ultieme ontrouw.
De Tora leert ons echter, dat het nog niet verloren is. Hoe slecht het ook was en het was echt slecht, de mens is en blijft in staat om de schade te herstellen. Mosje maakt nieuwe stenen tafelen. Ze zullen niet geheel dezelfde zijn als die van G‑d, maar het zijn niettemin stenen tafelen. Wij kunnen de scherven weer oppakken.
Wanneer er bij een choepa een glas wordt gebroken, is dat om de verwoeste Tempel in Jeroesjalajim nooit te vergeten. Behalve dit, is het ook een wijze les voor het nieuwe echtpaar. Wat gebeurt er nl direct nadat de bruidegom het glas gebroken heeft? Iedereen roept ‘mazzel tov!’. De boodschap is duidelijk. Breekt er iets in jullie nieuwe huis? Dan is dit niet het einde van de wereld. Wij kunnen er zelfs om lachen en gelukkig blijven. Nisjt gefehrlich, lo nora. This too shall pass. Een mooie boodschap om het jonge paar mee te geven.
Er zijn in het leven ook tweede kansen. Er zijn tweede kansen en ook zelfs derde kansen.
Het is mogelijk de scherven op te rapen. Dit kan zijn in onze relatie met G‑d, in ons gezin, met onze vrienden en onze collega’s, wij kunnen aanpassingen en veranderingen aangeven en de schade herstellen.
Hoe nietig zijn onze uitdagingen als wij dat vergelijken met het Joodse volk dat de schade van het gouden kalf kon herstellen.
Sjabbat sjalom
Le’iloej nishmat Shimon Tovia ben Levi