Deze Parasja bestaan hoofdzakelijk uit wetten en voorschriften die betrekking hebben op de reinheid en onreinheid. Nadat een vrouw een baby krijgt, dient ze zich in het Mikva te reinigen. Tsara’at is een onnatuurlijke uitslag die zowel op de huid van mensen als op muren van huizen en op kleren kan voorkomen. Een Koheen moet die inspecteren en dan een uitsprak doen of deze uitslag rein of onrein is.
Een persoon die ‘besmet’ is met tsara’at (een Metsora) moet buiten het kamp (of stad) verblijven totdat hij genezen is. Een kleed of muur waarop tsara’at gesignaleerd werd, moet verwijderd worden.
Ook is de mitswa van Bris-mila in deze Parasja te vinden.
Bijzonderheden: Tijdens de Sjoeldienst wordt uit twee Tora-rollen gelezen. Uit de tweede wordt Hachodesj (Sjemot 12;1-21) gelezen. Het onderwerp betreft het eerste gebod dat het Joodse volk van G.d ontving. Enkele dagen voordat de uittocht plaats zou vinden kwam de opdracht zich voor te bereiden om een Pesachlam te offeren. Met het lezen van Parasjat Hachodesj maakt Pesach een duidelijke intrede in het Joods leven.
Haftara: Jechezkel 45;16 – 46;18 Een profetie over de (toekomstige) inwijding van de derde Tempel, dat volgens deze profeet in de maand Niesan zal geschieden.