Het is interresant dat dit gebod, ‘niet te vernietigen’, in de Tora wordt genoemd als een onderdeel van de wetten van oorlog. Wanneer een stad belegerd wordt zegt de Tora ons, dat wij geen fruitbomen mogen omhakken om van het hout belegeringstorens te bouwen van waaraf de stad kan worden aangevallen. Gebruik gewone bomen. Dit gerechtelijk bevel geldt als basis voor de alles omvattende wet die buitensporige vernietiging verbiedt: "Iemand die een pot breekt, kleding scheurt, een gebouw sloopt, een bron afsluit of zich ontdoet van voedsel op een vernietigende manier, overtreedt het verbod van Lo Tashchiet" (Mishneh Thora en Codes).
Oorlog is eigenlijk een daad van vernietiging. Zo ook het omhakken van een boom. Maar wanneer de Tora ons wil vertellen dat het verboden is te vernietigen, brengt het ons in een situatie waarin oorlog een noodzaak is en het omhakken van een boom ook noodzakelijk is. Vervolgens vertelt de Tora ons welke bomen niet omgehakt mogen worden.
De Tora is in bovengenoemde voorbeelden heel nauwkeurig. We kunnen ons in een situatie bevinden waarin oorlog voeren een noodzaak en een plicht is, maar wij hebben dan nog steeds de taak een verschil te maken tussen het op een morele manier oorlog voeren of op een immorele wijze. Het feit dat wij op dit moment bomen om moeten hakken geeft ons geen absolutie van de plicht om een verschil te maken tussen verspillend en niet verspillend omhakken.
Hetzelfde geldt ook voor het omgekeerde. Wanneer wij iets nuttigs doen, moeten wij ons zelf steeds afvragen: gebruik ik dit op de beste en de meest optimale manier? Onderpresteren is hetzelfde als een fruitboom omhakken met als doel een belegeringstoren te bouwen.
Onze Chassidische leiders gaan zelfs een stapje verder en passen dit principe op al onze hulpbronnen toe. Het geldt niet alleen voor bomen, gebouwen en voedsel. Alles wat wij hebben gekregen, tijd, energie, intelligentie, is ons om een reden geschonken. Niets is onbeduidend of overvloedig in deze wereld, noch de aspecten of de details ervan.