Aan het begin van de sidra vertelt de Torah waarom alle wonderen in Egypte zijn gebeurd.
“… opdat ieder van jullie aan jullie kinderen en kleinkinderen zal vertellen alles wat Ik in Egypte gedaan heb en de wondertekens die Ik bij hen heb verricht, zodat jullie zullen weten dat Ik de Eeuwige ben” (Sjemot 10;2).
Hiermee geeft G.d aan Mosje aan wat het doel van de wonderen in aanloop naar de bevrijding van het Joodse volk uit Egypte is.
Zodat men deze wonderen aan kinderen en kleinkinderen zal vertellen, zoals wij iedere jaar opnieuw met Pesach doen, zodat ook de volgende generatie van het bestaan van G.d zal weten!
Maar staat dat eigenlijk wel in deze zin?
De zin spreekt inderdaad over de opdracht “jullie kinderen en kleinkinderen zal vertellen” maar eindigt met de woorden “jullie [de ouders] zullen weten dat Ik de Eeuwige ben”.
Gaat het nou om de kinderen of om de ouders?
Allebei!
De opdracht is het woord van Gd aan de kinderen over te brengen, maar dat kan alleen als de ouder daar zelf ook mee bezig is!
Kan mijn Jodendom een invloed hebben op anderen als het bij mijzelf maar een beperkte betekenis heeft?
Kan ik op mijn kinderen en kleinkinderen invloed hebben als ik zelf de betekenis van een bepaalde mitswa niet kan uitleggen?
Kan ik mijn kinderen en kleinkinderen de Joodse weg leren als ik zelf eigenlijk niet weet uit te leggen wat het doel van het leven volgens het Jodendom is?
Wil ik het Jodendom op de volgende generatie overbrengen? Dan is van essentieel belang dat ik zelf voldoende kennis in huis heb en dat ik aan mijn eigen geloof en vertrouwen in G.d blijf werken!
Want alleen als iets echt bij mijzelf aanwezig is en leeft zal het een indruk maken op de volgdende generatie!
De opdracht om G.ds woord aan de volgende generatie door te geven is een grote verantwoordelijkheid!
Een verantwoordelijkheid die tot het besef moet leiden dat de ouder (eerst) zijn eigen kennis en betrokkenheid moet versterken, om zo die kennis en betrokkenheid te kunnen overdragen aan anderen, aan de volgende generatie.
Met het gevolg dat ook “jullie [de ouders] zullen weten dat Ik de Eeuwige ben”.
En dan hebben we een win-win situatie gecreëerd, waar iedereen van kan profiteren, de ouders, de kinderen, de kleinkinderen en het hele Joodse volk.