BALAK
De vraag is bekend: 'Hoe is het mogelijk dat een sidra in de Tora de naam draagt van een persoon die het Joodse Volk wilde vernietigen?!'
Rabbijn Vorst geeft antwoord, de Rebbe citerend.
Koning Balak was een voorvader van Ruth. Dus tevens van koning David en derhalve ook van de Masjieach. Daarmee wordt ook begrijpelijk dat juist in de sidra Balak over de komst van de Masjieach wordt gelezen. Dan zal de hele mensheid het bestaan van een Schepper erkennen. Waarmee de heerschappij van 'Het Slechte' ten einde zal komen.
Zover is het nog niet. Nog steeds zijn er wetenschappers die krampachtige pogingen doen ons te overtuigen en te bewijzen dat G.d niet bestaat. Rabbijn Vorst noemt het kort geleden verschenen boek 'Universum uit het niets' van Lawrence Krauss en hij citeert uit de recentie daarop - op Internet te vinden - van Stephan Wetzels van de Radboud Universiteit. Zeer de moeite waard!
'Harachaman Hoe janchieleenoe jom sjèkoelo sjabbat oemenoecha lechajee ha'olamiem' zeggen wij op Sjabbat in het Bensjen-dankgebed na de broodmaaltijd. Vrij vertaald: 'Mogen wij meemaken dat de hele wereldbevolking spoedig G.d als Schepper zal erkennen'. Dat zal het tijdperk zijn van een voortdurende Sjabbat Sjalom Toestand. Rabbijn Vorst wenst het u alvast:
SJABBAT SJALOM