Onderwerp: In vervolg op wat er in de vorige Parasja stond, worden ook in deze Parasja een aantal aspecten van de offerdienst behandeld. Mosje kreeg de opdracht om Aharon en zijn zonen te instrueren over de plichten en rechten van de Kohaniem (priesters) in deze dienst. Een eeuwige vuur moest branden op het altaar. De voorgeschreven delen moesten in het vuur verbrand worden en andere volgens de voorschriften geconsumeerd. Alleen mensen die ritueel rein zijn mogen ervan eten. De Tora schrijft ook beperkingen voor met betrekking tot de plaats waar het gegeten mag worden, alsook voor het tijdstip waarop.
Een ander onderwerp dat in deze Parasja aan de orde komt, is het verbod om bloed te nuttigen.
Aan het einde van de Parasja vertelt de Tora hoe Mosje Aharon en diens zonen installeert om als Kohaniem te fungeren. Zeven dagen lang moesten ze in de Tent Der Samenkomst verblijven.
Bijzonderheden: Tijdens de Sjoeldienst wordt uit twee Tora-rollen gelezen. In toevoeging op de bovengenoemde Parasjat Tetsawee, wordt ook Zachor (Dewariem 25;17-20) gelezen. Het onderwerp betreft de plicht om te "Gedenken wat Amalek het Joodse volk aangedaan heeft!"
Wij merken al de sfeer van Poeriem. Amalek was de voorvader van Haman en wordt gezien als voorloper van alle Antisemieten door de eeuwen heen.
Haftara: Shmoeël I 15 1-34. De eerste Joodse koning, Sjaoel, maakte een poging om de opdracht “de herinnering van Amalek te verwijderen” uit te voeren.