Onze eerste kennismaking met ons aartsvader Awraham is te vinden Parasjat Lech Lecha met de beroemde eerste opdracht van G‑d aan Awraham de eerste Jood:
“En G‑d zei tegen Awraham: "Ga weg uit je land, uit je geboorteplaats en uit het huis van je vader ...'"
Midrasj Rabba geeft de volgende, enigszins merkwaardige, toelichting:
waarmee kan dit vergeleken worden?
Met een reiziger die plotseling een paleis in vlammen ziet. Hij roept uit: "Is het mogelijk dat het paleis geen eigenaar heeft?"
De eigenaar van het paleis keek naar buiten en zei: "Ik ben de eigenaar van het paleis."
Zo ook zei onze vader Awraham: "Is het mogelijk dat de wereld geen heerser heeft?"
G‑d keek naar buiten en zei tegen hem: "Ik ben de heerser, de soeverein van het universum."
Tot hier de Midrasj.
Dat Awraham verbijsterd werd van wat hij om zich heen zag, is duidelijk. Als gevoelig mens bewonderde hij het briljant gestructureerde universum, een prachtig kunstwerk. De pracht van de natuur is iedere dag opnieuw een belevenis. De wereld is inderdaad een paleis.
Maar het paleis is in vlammen. Al het onrecht en bloedvergieten dat men ziet, afschuwelijk! Schurken en moordenaars zijn het paleis constant aan het afbreken.
Wat is er gebeurd met de eigenaar van het paleis? roept Awraham. Waarom staat G‑d toe dat mensen Zijn wereld vernietigen? Waarom grijpt Hij niet in om het vuur te doven? Zou iemand een paleis bouwen om het vervolgens te verwaarlozen?
Hoe reageert G‑d volgens de Midrasj? "De eigenaar van het paleis keek naar buiten en zei: 'Ik ben de eigenaar van het paleis." G‑d keek naar buiten en zei tegen Abraham: "Ik ben de heerser, de soeverein van het universum."
Wat betekent G‑d's antwoord?
Let op, de eigenaar van het paleis onderneemt geen poging om te vluchten of zelfs om de brandende vlammen te doven. Hij verklaart alleen dat hij de eigenaar is van het paleis dat in rook opgaat. Het is alsof de eigenaar zelf ook om hulp roept! “Ikzelf kan hier weinig aan doen, kunt u mij misschien helpen?”
G‑d maakte het paleis, mensen hebben deze in brand gestoken, het zullen ook mensen moeten zijn die het vuur zullen blussen.
Abraham vraagt aan G‑d: "Waar ben je?"
G‑d antwoordt: "Ik ben hier, waar ben jij?"
De mens vraagt aan G‑d: 'Waarom heb Jij de wereld verlaten?"
G‑d vraagt de mens: "Waarom heb je Mij verlaten?"
Hier begint de omwenteling in de menselijke geschiedenis zoals het zich in het Jodendom voordoet: een moedige onderneming om de vlammen van immoraliteit en bloedvergieten te doven en de wereld terug te brengen naar het harmonieuze en heilige paleis zoals het ooit bedoeld was te worden.
(deze uiteenzetting van de Midrasj is van de hand van Chief Rabbi Jonathan Saks)