Soms in het leven moet je niet het achterste van je tong laten zien. Er zijn momenten wanneer de partij die tegenover je zit, niet te voorspellen is en een verantwoorde opstelling vereist voorzichtigheid. Er zijn andere momenten wanneer je beter open kaart kunt spelen. Als je weet waar je aan toe bent, ben je beter in staat om goed te handelen.

In het leven van een Jood komen beide benaderingen van pas. Ten opzichte van spiritualiteit is Israel de ‘Prins van G‑d’, die de wereld recht aan kijkt en verklaart dit is waar ik voor sta! Maar als het gaat om zijn materiële bestaan, wil hij daar geen spektakel zijn… hij doet zijn ding en gaat verder.

In onze Parasja lezen wij hoe aartsvader Ja’akov, een nieuwe naam krijgt. Na het worstelen met een engel die de geest van Esaw vertegenwoordigt, verkondigt de verslagen engel; “Voortaan zal je naam Ja’akov niet genoemd worden, maar Israel, omdat je hebt gestreden met G‑d en met mannen en hebt overwonnen!”[1] Zijn grootvader Avraham, ondergaat op een gegeven moment ook een naamwijziging, van Avram tot Avraham. In het eerste geval verdwijnt echter de oude naam, de nieuwe naam kwam ervoor in plaats. Met Ja’akov, daarentegen blijft de Tora beide namen gebruiken, zowel ten opzichte van de persoon Ja’akov alsook het Volk Israel dat uit zijn nazaat is ontstaan.

Ja-a-kov, betekent "hij die de hiel grijpt " ook "hij die zal bedriegen": de sluwe samenzweerder die zich vermomt in de kleding van Esaw en zijn zegens afpakt voor "de dauw van de hemel en het vet van het land" dat eigenlijk bestemt was voor zijn materialistische broer.
Jis-ra-el, betekent "prins van G‑d", ook verwant met ‘sarita-overmeesteren’: de moedige ridder die zijn aardse en hemelse uitdagers op de kop af confronteert, met hen de hele nacht door worstelt totdat hij overheerst .

Dat is de dubbele identiteit van de Jood en allebei blijven ze geldig.

Soms moet de Jood de kleding van Esaw aan trekken, maar zorgt hij ervoor dat het niet de’ kleren die de man maken’ wordt. Hij blijft de baas. Hij zoekt de dauw van de hemel en het vet van het land, alleen om ze te kunnen gebruiken om een hoger doel te dienen. Hij vermomt zich als een materialist, maar benut het materiële voor zijn eigen doeleinden.

 


_______________



 

[1] 32;29