Onzekerheid is een vloek. Er is geen mens die zich op zijn gemak voelt als hij/zij naar de toekomst toe in het duister moet tasten. ‘Als ik het maar kon weten!’ roept men vaak. Zou de glazenbal het antwoord zijn? Is voorkennis onmisbaar?
Weten hoe de vork in de steel zit, is de eerste voorwaarde om grip op zaken te hebben. Maar ook de zegen van voorkennis heeft zijn beperkingen. Als je àlles vooruit weet… als je precies weet hoe en wanneer alles gaat gebeuren… zou dat meer of juist minder grip op zaken betekenen? Stel dat u een boekje zou hebben waaruit u iedere stap van uw levensloop, tot in de kleinste detail, vooruit kunt lezen. Net als een logboek van een onderhoudsmonteur. Voelt u zich dan meester van uw lot? Of juist een pion die niets te vertellen heeft? Kennis is weliswaar macht, maar absolute kennis is onmacht!
In onze Parasja roept aarsvader Ja’akov, liggend op zijn sterfbed, zijn zonen bijeen. “Ik wil jullie vertellen” zegt hij “wat er zal gebeuren aan her Einde der Dagen.” Ze komen bijeen en hij verteld ze veel, over hun verleden, over de toekomst van hun nakomelingen -de twaalf stammen… Maar geen woord over ‘het Einde der Dagen’. Onze geleerden verklaren dat het inderdaad de bedoeling van Ja’akov was om het tijdstip van de komst van Masjiach bekent te maken … Maar net op dat moment verdween de Sjechina (G‑ddelijke aanwezigheid) van hem. Ja’akov begreep dat hij het geheim niet mocht verklappen.
Achteraf gezien lijkt het vrij logisch dat G‑d deze kennis in petto wilde houden. Een mededeling dat de bestemming pas na 3000 jaar (!) bereikt zal worden , is niet erg stimulerend. Waarom had Ja’akov het eigenlijk willen vertellen? Onze geleerden verklaren dat er twee mogelijkheden zijn wanneer Masjiach zal komen; er is een uiterste tijdstip wanneer het hoe dan ook moet gebeuren. Ten aller tijden is het mogelijk om de komst van Masjiach te bespoedigen, het is nooit te vroeg! Door te verklappen dat het uiterste datum zo ver in de toekomst ligt, wilde Ja’akov zijn nakomelingen prikkelen om er nog harder aan te werken om de komst van Masjiach te bespoedigen.
Toch heeft G‑d ervoor gekozen dat het tijdstip een mysterie zal blijven. Wij weten dat er een dag zal komen wanneer alle schepselen hun Maker zullen dienen. De wolf zal met het lammetje liggen en wapens zullen tot ploegijzers omgebouwd worden. Het gezamenlijke goed van alles wat wij doen zal uitbasten in een utopische wereld. Maar wanneer gaat het gebeuren? Die kennis is ons niet gegeven.
Cynici zullen zeggen: “zo houdt G‑d de touwtjes in eigen hand, Hij wil het volk dom houden, zo heeft Hij beter grip op ze.” Feitelijk is het precies andersom. G‑d wil mensen, met een creatieve geest, die Hem dienen, geen voorgeprogrammeerde robots maken. Als met iedere misdaad een bliksem uit de hemel zou vallen… Als met iedere Mitswe dat wij doen een bouwsteen in de prachtige utopie, open en bloot waar te nemen zou zijn… Dan zouden onze handelingen vergeleken kunnen worden met een acteur die zijn regeltjes reciteert van een stuk waarvan iedereen het einde kent.
Wat maakt de keuzes die wij maken ‘onze eigen keuzes’? Het feit dat wij niet met zekerheid kunnen voorspellen hoe het af zal lopen! Ook in dit geval is het juist gebrek aan kennis, dat ons in staat stelt enige invloed op ons lot te hebben. Sterker nog, dankzij onze zogenaamde ‘onwetendheid’ kunnen wij een werkelijke bijdrage leveren in het scheppingswerk, op eigen krachten, door onze eigen keuzes brengen wij de wereld tot zijn bedoelde staat; De jemot hamasjiach!

.