Onderwerp: Zeventien jaar lang woonde Ja’akov in Egypte onder het wakend oog van Joseef. Zo kon hij optimaal genieten van zijn oude dag. Toen hij zijn dood voelde naderen, riep Ja’akov Joseef bij zich en hij vroeg hem om te beloven dat hij ervoor zou zorgen om hem - Ja’akov - in de Grot Machpela in Chewron te begraven.
Verder treffen wij een uitvoerige afscheidsrede aan die Ja’akov tot zijn zonen hield: ieder van de stammen werd afzonderlijk toegesproken en gezegend. De twee zonen van Joseef, Efraïm en Menasje werden ook afzonderlijk gezegend en kregen de status van stamleiders gelijk aan de zonen van Ja’akov.
Ook de begrafenis van Ja’akov en de grote eer aan hem bewezen komt uitgebreid aan de orde.
Bijzonderheden:
Met het lajnen van deze Parasja, beëindigen wij het boek Bereesjiet, het eerste van de vijf boeken van de Torah.
Haftara: I Koningen 2:1-12. Nadat wij over het overlijden van Ja’akov hebben gelezen, lezen wij in de Haftara over de laatste woorden van Koning David aan zijn zoon Sjlomo.