Gebrek aan goud?
Gedurende de tocht door de woestijn, bezat het Joodse volk een overvloed aan goud en kon zich best permitteren om alles van goud te maken. Waarom zien wij dat wanneer G‑d hun vraagt om een heiligdom voor Hem te bouwen, Hij niet uitsluitend om goud vraagt, maar ook om minder dure metalen zoals zilver en koper?
“Ga voor het goud!” roept elk noemenswaardige trainer. Het liefst zouden alle deelnemers aan een sportwedstrijd met een gouden plak om hun nek terug willen keren, maar dat gaat niet! Er is per onderdeel slechts één die het goud mag meenemen! De meesten van ons zouden best wel trots zijn met een medaille, ook al zou het de ‘minst waardevolle’ zijn: brons. Merkwaardig genoeg blijkt in onze Parasja dat ook G‑d bereid is de derde prijs te aanvaarden!
In Parasjat Teroema kreeg het Joodse volk de opdracht om een misjkan, een verplaatsbaar heiligdom, te bouwen. Voor dit doel werd een collecte gehouden. Zoals wij vorige week besproken hebben, bestonden de giften uit verschillende materialen; In totaal noemt de Tora vijftien diverse benodigdheden. Vandaag wil ik het hebben over de metalen. Het Joodse volk bezat op dat moment een overvloed aan goud (zie de geschiedenis met het Gouden Kalf). Het kon zich best permitteren om alles van goud of verguld te maken. Waarom zien wij dat G‑d niet uitsluitend om goud vraagt, maar ook om minder dure metalen zoals zilver en koper? Je zou denken: ‘voor de kampioen niets minder dan goud!’
Wellicht is dat precies de boodschap die G‑d wil meegeven.
De opdracht om een misjkan te bouwen beperkt zich niet tot een bepaalde tijd in een bepaalde plaats. Van elk van ons wordt verwacht om voor G‑d een ‘verblijfplaats’ in ons midden te maken. Wij dienen onszelf en onze omgeving te verheffen totdat het geschikt is dat G‑d zich bij ons ‘thuis zal voelen’.
In de fysieke tabernakel maken wij een onderscheid tussen verschillende soorten metaal. In het spirituele heiligdom maken wij onderscheid tussen verschillende categorieën mensen. Slechts enkelingen kunnen zich plaatsen aan de top. Puur goud is alleen voor de kampioen. De meesten onder ons verwachten niet eens om goud te kunnen bereiken. Is er dan geen plaats voor ons in het huis van G‑d? Is het dan voor ons uitgesloten om bij te kunnen dragen aan het misjkan?
Niets is minder waar! Natuurlijk wil G‑d dat Zijn misjkan met het ‘beste’ gebouwd wordt. Maar het hoeft niet uitsluitend goud te zijn. Wat G‑d van je vraagt is het beste dat JIJ kunt bereiken. Als jij in staat bent om goud te geven, wil G‑d inderdaad dat je goud geeft. Is zilver of koper het hoogste dat je kunt bereiken? Dan vraagt G‑d jouw om dat aan Hem te geven.
Soms als ik mensen benader met de vraag: “Heeft u zin om een keer naar sjoel te komen?” krijg ik als antwoord “Ik ben niet zo vroom! Ik wil geen hypocriet zijn!” Dit soort antwoord stamt van een ‘het is of alles of niets’ houding! Dat is niet de houding die wij uit deze Parasja mee krijgen. De Tora doet geen voorselectie om uit te zoeken wie mee mag doen, steker nog de Tora eist dat er ook minderwaardige metalen bijgedragen worden. Dat betekent tevens dat degene die tot de categorie ‘puur goud’ behoren, hun top niet kunnen bereiken zonder de medewerking van ‘zilver’ en ‘koper.’
LKU”S 6; Teruma A