Ook als je het bekende 'Joodse Mens, erger je niet' in de soeka speelt, vervul je een van de drie mitswot-voorschriften van Soekot. De soeka symboliseert immers de alom-tegenwoordigheid van Hasjem. (tussen haakjes: is 'alom' ook te begrijpen als 'wereld - olam'', de 'olam-tegenwoordigheid van Hasjem?)
Een andere mitswa van het Soekotfeest vervullen wij met de Arba Miniem- de Vier Soorten. Door de loelav-dadelpalmtak - met daaraan de mirte- en wilgetakjes gebonden - in de ene hand en de etrog in de andere hand te nemen en daarmee te schudden/zwaaien, benadrukken wij de 'eenheid in verscheidenheid' van het Joodse volk. Rabbijn Vorst laat zien hoe de loelav c.s. geschud wordt.
Aan de hand van een geschiedenis over de Ba'al Sjem Tov leren wij tenslotte hoe op Soekot dat ook Zeman Simchateenoe heet, de mitswa van simcha-blijheid kan worden vervuld.
CHAG SAMÉÁCH - GOED JOMTOV - SJABBAT SJALOM